MIDDEN - DELFLAND

Twee gezichten van... Nr. 75: Het Zouteveense Meer

In de rubriek 'De twee gezichten van…' staan maandelijks twee afbeeldingen centraal. De tekst van deze aflevering is verzorgd door Jacques Moerman van de Historische Vereniging Oud-Schipluiden. Henk Groenendaal maakte de foto anno 2009. Reacties en suggesties van lezers zijn van harte welkom. Deze maand deel 75.

Midden-Delfland telde tot de negentiende eeuw twee kleine meren. Het Bommeer, dat in 1258 Boummare werd genoemd, is er nog steeds. De Boonervliet loopt er doorheen. Het andere meer lag in de Zouteveense Polder nabij de Slinksloot en de Zouteveenseweg; het is in de loop van de negentiende eeuw verland. Beide meren lagen in een resthoek van een verkavelingsblok. Het zuidelijke deel van de Zouteveense Polder is vanuit Vlaardingen ontgonnen; het noordelijke deel vanuit Schipluiden. De Zouteveense Meer (altijd aangeduid met 'de' in plaats van 'het') ligt in een driehoekige verkavelingstrook ten noorden van de Slinksloot, tussen de Vlaardingse en de Schipluidense ontginning.

Het Zouteveense Meer even terug in 1980-1981
Het Zouteveense Meer even terug na flinke regenval in de winter van 1980-´81

Oorspronkelijk behoorde al het onontgonnen land met de jacht- en visrechten aan de landsheer. Toen Zouteveen (met De Lier) in 1282 werd losgemaakt van het grafelijke bezit, verkreeg de ambachtsheer het eigendom van het stukje wildernis aan de Slinksloot. Tot in de achttiende eeuw verpachtten de heren en vrouwen van Zouteveen "die visscerye van de Meer ende de meertuyntgens" (dat zijn de akkertjes met rijshout rond het meer). Het tot nu toe oudst bekende huurcontract dateert uit 1561. Joris Claesz. en Dirck Heyndricxz., twee bewoners van Zouteveen, pachtten de visserij toen samen van Agatha van Alckemade, vrouwe van Opmeer en ambachtsvrouwe van De Lier en Zouteveen. In 1588 blijkt het visrecht uitgebreid te zijn tot en met de Slinksloot. Margaretha van Culemburch, douarière van Mocheau en ambachtsvrouwe van De Lier en Zouteveen, verpachtte in dat jaar de visrechten aan Borger Pietersz. en Heijnrick Riddersz. De huurprijs was toen 20 gulden per jaar. De jacht op eenden werd alleen aan Borger Pietersz. verpacht. Samen kregen ze "de aenwassen" rond het meer in gebruik. Ze moesten erop toezien dat hier geen andere personen met bogen schoten of eieren zochten. In 1677 verpachtte Theophilus Swaerdecroon, de rentmeester van de goederen van de heer Van Matenesse, de Zouteveense Meer met het land, het rietveld, de elzenakkers en de visserij in het meer en de toesloten aan Claes Jansz. van Rijt, bode van Zouteveen. Het contract werd voor zeven jaar aangegaan. De pachter moest elk jaar op de dag van de verpachting "een goede zoode visch" bij de ambachtsheer bezorgen. Dit was een oud middeleeuws gebruik. Van Rijt moest ervoor zorgen dat de rietvelden en de elzenakkers goed onderhouden werden. In het huurcontract worden als werkzaamheden genoemd: het baggeren, het inboeten van elzen, het poten van rijshout en het verhogen van de grienden. In het rechthuis van Zouteveen, dat nog altijd aan de Vlaardingsekade staat, werd het grondwerk aan de laagste inschrijver gegund. Er waren altijd wel landlieden die hiervoor belangstelling hadden, omdat er in de wintermaanden weinig werk op de boerderij was.

Door het onderhoud bleef de Zouteveense Meer eeuwen gehandhaafd. Toen de Franse tijd een einde maakte aan de ambachtsheerlijkheden vervielen feitelijk ook de heerlijke rechten. Het onderhoud werd verwaarloosd en het meer verlandde. Door het kappen van het griendhout en de verbetering van de waterhuishouding kon het ruim 4 ha grote gebied na 1850 grotendeels als weiland gebruikt worden.
Eigenaar was in 1858 Mr. Samuel Hartogh Heys, die vanwege dit bezit de toevoeging "van Zouteveen" achter zijn naam mocht vermelden. Een nakomeling van hem, Hendrik François Hartogh Heys van Zouteveen, verkocht het land in 1938 aan veehouder Willem Doelman in Vlaardinger-Ambacht. Door vererving is het nu in bezit van Wim Moerman, die op het aangrenzende erf het agrarisch bedrijf uitoefent.

In de afgelopen decennia keerde het meer van Zouteveen in perioden van hevige regenval weer enige malen terug. Dit was bijvoorbeeld het geval in september 1998 en in de winter van 1980-´81 (zie de oude foto). Op de plaats van de knotwilgen, in de hoek van de Slinksloot en de Zouteveenseweg, heeft tot in de negentiende eeuw een boerderij gestaan. Van deze woning is momenteel vondstmateriaal te zien in de expositie "Van de Zouteveense Brug tot de Zouteveense Tol", Museum Het Tramstation te Schipluiden, open: woensdag en zaterdag van 14.00-16.00 uur.

 

De oude kaart rechts is van Jan Pietersz. Dou uit 1625. Duidelijk aangegeven is de ligging van De Meer ten opzichte van de Veenwegh (Zouteveenseweg) richting Schipluiden en de Slinksloot.

De Meer van Jan Pietersz. Dou uit 1625

Meer informatie over de naamgeving van polders en wegen is te vinden in het ‘Straatnamenboek van de gemeente Schipluiden’ (de dorpen Schipluiden en Den Hoorn en de buitengebieden).

Tekst: Jacques Moerman. Oude foto: Historische Vereniging Oud Schipluiden. Foto huidige situatie 2009: Henk Groenendaal. 'Midden-Delfland - Schakel' publicatie: 30 april 2009.

Na publicatie worden de “Twee gezichten van…” ook op internet gepubliceerd op adres: http://www.middendelfland.net/.